Vóór en tijdens mijn moederschap
23 juli 2020 
12 min. leestijd

Vóór en tijdens mijn moederschap

Om eerlijk te zijn heb ik tot mijn 26e altijd geroepen dat ik geen kinderen wilde. Buiten dat die kleine wezentjes je ongemakkelijk aanstaren, gillen, huilen, lachen en je geen enkel fatsoenlijk gesprek meer met volwassenen zou kunnen hebben, was ik vooral bang mijn vrijheid en mezelf te verliezen.
“Dat komt wel als je ouder wordt!” “Wacht maar tot je eierstokken beginnen te rammelen!” riepen mensen lachend uit. Of wat denk je van mijn moeder. Ik weet niet waar ze hem vandaan haalde, maar ik kreeg ineens een baby in mijn gezicht geduwd: “Kijk, líef hé?” Nee, mam. Elke baby is hetzelfde… Wat had ik een hekel aan die mensen die dachten het beter te weten. En al helemaal aan de mensen die me verwachtingsvol vroegen: “En… wanneer komen de kindjes?”

Ik had en heb vele hobby’s. Zo bestond mijn week uit woensdagavond naar de toneelrepetitie en donderdagavond naar de bandrepetitie gaan. Ik werkte 32 uur per week op kantoor. Daarnaast deed ik aan schrijven, muziek oefenen, onze vele huisdieren verzorgen, tuin onderhouden, schoonmaken… En oh ja, ik had ook nog een abonnement op de sportschool, waar ik één keer per week heen wilde gaan. Regelmatig sprak ik met vrienden af, die een half uur bij mij vandaan wonen. Af en toe een keertje op stap, met mijn man uiteten, concertje of biosje pakken, een jaarlijks weekend weg met vrienden naar een festival… Ook ben ik iemand die regelmatig behoefte heeft om alleen te zijn. Ik had simpelweg geen tijd voor een kind… Dacht ik.

De waarheid is, achteraf gezien, dat ik doodsbang was om mezelf te verliezen. Want als ik kinderen heb, ben ik alleen nog maar “mama van…”. Doordat ik ál mijn hobby’s zou moeten laten vallen, zou ik mijn persoonlijkheid verliezen. Wie was ik dan nog? Ik zag het bij vrienden gebeuren, dat ze over bepaalde onderwerpen in één keer heel anders dachten. Dat ze geen tijd meer hadden om af te spreken, dat het alléén maar over de kinderen ging, of dat het kind in kwestie er per sé bij moest zijn. Kan je dan nog een serieus gesprek voeren? En hoeveel vrienden zou ik dan wel niet kwijtraken?

Kriebels

Zo’n drie jaar geleden begon het toch, zoals iedereen al jaren riep, te kriebelen. Bij mijn weten was er niet echt een omslagmoment, maar volgens mijn man kwam het toen we vijf jaar geleden op huwelijksreis waren en bij de winkel een berenpakje zagen liggen.
“Oh, kijk!” riep ik verrukt uit. “Dat is schattig voor ons kindje later!”
Toch duurde het even voordat ik er “helemaal klaar voor was”. Vooral de opmerkingen van anderen lieten mijn eierstokken spontaan dichtklappen. Drie jaar geleden hebben mijn man en ik een serieus gesprek gehad over onze kinderwens. Ik werd langzaam enthousiast en het begon steeds meer te kriebelen. Maar echt zeker zijn, wist ik pas toen ik de test ging doen. Binnen die twee minuten ging er van alles door mijn hoofd. Voornamelijk de gedachte: ‘Als het negatief blijkt te zijn, dan zou ik het wel héél erg jammer vinden.’ Ik kreeg een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen bij die gedachte en wist vanaf dat moment zeker dat het goed zat met mijn kinderwens.
“Nou, schatje,” zei mijn man en hij gaf me een knuffel. Ik keek niet-begrijpend naar het staafje in mijn handen.
“Een streep? Het moet een kruisje worden, toch? Hebben we het niet goed gedaan?” zei ik vertwijfeld. De test was hartstikke positief!
We waren zo blij dat we binnen twee dagen onze ouders hadden gebeld om een keertje langs te komen. Volgens onze eigen berekeningen was ik toen nog maar zeven weken zwanger. Een echo hadden we nog niet gehad. Toen we het moesten vertellen, was ik zenuwachtig. Ik hoorde mezelf nog zó duidelijk zeggen dat ik absoluut geen kinderen wilde. Wat als anderen daarop hebben besloten dat ik geen goede moeder zou zijn? Natuurlijk waren ze direct blij en positief!

Mijn zwangerschap

Tijdens de zwangerschap straalde ik van alle kanten en dat was te zien. Van buitenstaanders kreeg ik blije blikken. Toen ik het vertelde aan mijn vrienden werd er ook alleen maar enthousiast gereageerd, hoewel ik het bij één groep vrienden wel spannend vond. Zij waren nog steeds anti-kind, maar waren wel blij voor me. Ook was ik leuker tegenover andere kinderen, die ik normaal gesproken staalhard negeerde.

Precies één dag voordat mijn vliezen braken

 

Ik zal niet liegen: het eerste trimester was ik doodmoe en kotsmisselijk. Het was een geluk bij een ongeluk dat ik net mijn baan was verloren en de hele dag als een passieve aardappelzak op de bank kon liggen. Netflix heb ik van boven tot onder uitgeplozen. De blijdschap van mijn zwangerschap overheerste voornamelijk. Het eerste wat ik liet vallen was de sport. Sporten is- laten we dan maar meteen heel eerlijk zijn- nooit mijn grootste hobby geweest. Op de sportschool had ik een abonnement om één keer per week te sporten. Het minimale van het minimale dat toen ook al snel te veel werd. Naast de vermoeidheid en misselijkheid ging het gewoon supergoed. Ik had geen andere grote ongemakken en het grootste gedeelte van die klachten waren al gauw verdwenen.

Er waren een aantal dingen die ik tijdens mijn zwangerschap moest laten schieten: de avondjes stappen cancelde ik. De bandrepetities, waarna we meestal nog de stad in gingen om een drankje te doen, werden steeds korter. Mijn ademsteun was vrijwel verdwenen, waardoor het moeilijk was om fatsoenlijk geluid uit mijn fluit te krijgen. Ik mocht een aantal dingen niet eten, waaronder rosbief, biefstuk en sushi. Bij die woorden gruwelden mijn jongere nichtjes al: “Ik wil echt nóóit zwanger zijn.” Ik slikte de woorden ‘wacht maar tot je ouder bent’ met pijn en moeite in. Deze dingen moest ik laten schieten voor mijn zwangerschap en ik vond het helemaal niet erg…

In totaal heb ik acht maanden op een roze wolk gezweefd, een zwangerschapscursus bijgewoond, babyspulletjes gekocht, babykamer ingericht, van alles gelezen wat er over zwangerschap te lezen viel behalve over… de bevalling! Dat leek me doodeng en ik zag er zó tegenop. Ik lees het wel een maand voordat ik moet, dacht ik. Mooie gedachte. Mijn vliezen dachten er na acht maanden toch anders over. Op een zaterdagochtend, toen ik in de badkamer op de wc zat, voelde ik ineens een ander soort nattigheid. Opvangen! was mijn eerste gedachte. Ik strompelde naar de babykamer om een hydrofiele doek te halen, was net terug in de badkamer en ging weer op de wc zitten toen ineens -flats- mijn vliezen volledig braken.
“Schatje, niet schrikken, maar mijn vliezen zijn gebroken!” riep ik. Natuurlijk schrok schatje wel, want de Maxi-Cosi was niet geïnstalleerd, aan de babykamer moest nog een klein beetje gedaan worden en het is gewoonweg een maand te vroeg. Ik maakte mezelf geen zorgen: had namelijk op Facebook gelezen dat iemand bedrust moest houden omdat zij ook vruchtwater verloor. Dat zou bij mij natuurlijk ook zo gaan. Vanaf dat moment leerde ik de ware betekenis van de woorden: ‘geen enkele bevalling is hetzelfde.’

De eerste tijd

De details van de bevalling zal ik je maar besparen. Na dertig uur vanaf het moment dat mijn vliezen braken, werd ons zoontje geboren. De eerste tijd was op z’n minst turbulent te noemen. Doordat hij een maand te vroeg was, kon Simon niet goed aanhappen en was hij te zwak om te drinken. In totaal hebben we een maand in het ziekenhuis gelegen, voordat we naar huis mochten.

In het ziekenhuis is de familie heel veel langs gekomen. Simon is dan ook de eerste van deze generatie en we hebben een grote, hechte familie. Voornamelijk mijn jongste broertje en schoonzusje kwamen meerdere keren per week langs. Ook een paar beste vriendinnen, die dicht in de buurt van het ziekenhuis woonden, kwamen langs. Kaarten stroomden binnen van familie, vrienden, kennissen en kennissen-van-kennissen.

Toen we thuis waren kwam de kraamvisite op gang. Mijn vrienden kwamen langs. Allemaal. Ook degene die anti-kinderen waren. Zij deinsden verschrikt achteruit toen mijn moeder plagerig vroeg of ze Simon soms even vast wilden houden.

 

Daar is Mandy weer!

Net zoals ongetwijfeld de meeste ouders, hebben ook wij moeilijke periodes (gehad), waarin we het ouderschap moesten verkennen, kennis moesten maken met dat kleine, hulpeloze, maar oh zo lieve baby’tje. Ze zeggen dat een vrouw minstens negen maanden moet ontzwangeren. Dit ging in ieder geval voor mij op! Ik was mezelf volledig verloren, maar vond langzamerhand mezelf weer terug.

Dat eerste jaar sloeg ik toneel over. Met de bandrepetities begon ik toen ik lichamelijk helemaal was hersteld. We hadden pas een jaar later wat optredens staan, dus we konden zonder al te veel druk repeteren. Afspreken met vrienden deed ik mondjesmaat. Vooral toen mijn man op zakenreis moest, leek het me verschrikkelijk om met die kleine baby weg te moeten. Wanneer vrienden hier kwamen, was dat helemaal prima. Als ik één keer per maand bij de sportschool was te vinden, was het al veel. Ook het schrijven kwam op een laag pitje.

Toen we eenmaal onze draai hadden gevonden, ging ik weer wat dingen oppakken. Zo was mijn moeder dinsdag en donderdag vrij en bood aan om op Simon te passen. Langzaam sprak ik weer met vriendinnen af. Ook gingen mijn man en ik af en toe weer een avondje weg.
Ik had verwacht dat ik mijn hobby’s moest laten vallen, maar mijn man steunde mij om tijd vrij te maken voor mezelf.
“Ga naar je bandrepetitie. Zet Netflix uit en ga schrijven. Probeer dat boek te schrijven, want anders komt het nooit af.” Fijne woorden, maar ook minder fijne woorden, zoals: “Schatje, je moet echt naar de sportschool. Je betaalt er elke maand voor. Is toch zonde? Schatje? Waarom ben je nou boos? Ik moest je toch stimuleren…”

Er kwam zelfs een bezigheid bij: iemand tipte me dat er op dinsdagavond om de week een schrijfbijeenkomst was. Dat leek me wel wat! Dat was de stimulans die ik nodig had om het schrijven weer op te pakken, want ik had nog prachtig materiaal liggen om een volledige zwangerschapsblog te schrijven en mijn kinderboek was bíjna af…
Over de toneelrepetities was hij iets minder enthousiast, maar dat kwam meer omdat ik zelf zei dat ik dat twee jaar niet meer wilde doen. Maar goed, ik miste de contacten en de gezelligheid en zo stond ik anderhalf jaar later vrolijk op het podium in een klucht te spelen.

Het mooiste was in augustus. Ik twijfelde sterk of ik mijn jaarlijkse weekendje festival moest gaan doen met mijn anti-kind-vrienden. Oké het hielp enigszins mee dat ik begin juni met de borstvoeding moest stoppen, omdat ik binnen één week drie keer een borstontsteking had. Maar wat doorslaggevend was, was mijn man die zei dat ik echt moest gaan. Dat het maar één weekendje per jaar was en ik dan écht geen slechte moeder ben. Ook één van mijn beste vrienden had wijze woorden: “Je moet gewoon gáán! Een blije Mandy is een blije mama. Dat is ook heel belangrijk!”

Dus in augustus was ik een lang weekend weg bij mijn man en kind. Het was een periode waar ik geen mama was, hoewel ik natuurlijk wel gewoon een mama ben. De vele vrienden die ik van dat festival ken en ik op Facebook heb, vroegen verbaasd wat ik daar kwam doen en of ik kleine Simon niet mee had genomen. Hoewel ik steeds een brok in mijn keel kreeg als ik een moeder met een kind in draagzak zag lopen, was ik heel blij met mijn besluit. No way dat ik mijn kind op zo’n jonge leeftijd meeneem. Laat mij één weekendje geen mama zijn en feesten tot mijn voeten eraf vallen en ik heb weer voor een jaar energie om mijn kind mijn onverdeelde aandacht te geven.

 

Wat is er dan wel veranderd?

Vooropgesteld moet ik zeggen dat ik enorm geluk heb met mijn man! Niet alle partners zijn er even happig op dat hun wederhelft hen meerdere keren per week met het kind achterlaten, maar mijn man ziet dit als quality time met Simon en, als Simon slaapt, als eindelijk een avondje voor zichzelf. Hetzelfde geldt voor dat weekendje weg.

Wat ik wel heel sterk heb, is dat ik zondag geen afspraken maak met vrienden. De zondag is een gezinsdag, die we met zijn drietjes (en binnenkort viertjes) door zullen brengen. Het streven is om minimaal één keer per maand met Simon een half-dag-uitje te maken, door naar een grote speeltuin te gaan of een kinderboerderij verder weg of bijvoorbeeld naar een dierentuintje te gaan.

Wat heb ik dan wel op moeten offeren? vraag je je misschien af. Laat ik eerst zeggen dat de dingen niet als opofferen voelen. Deze dingen zet ik met veel liefde opzij. Ik was bijvoorbeeld ontzettend bang om vrienden te verliezen. En ja, met sommige mensen is de intensiviteit van de vriendschap veranderd. Dit is (hopelijk) niet, omdat ik constant over mijn kind praat of omdat ik geen tijd voor mijn vrienden vrijmaak. Dit komt voornamelijk omdat ik wel iets minder flexibel ben geworden met het naartoe gaan naar anderen. Want wat merk je als je niet élke keer naar jouw vrienden gaat? Dat het andersom kennelijk een stuk moeilijker is om naar ons toe te komen. Misschien hebben mijn kinderloze vrienden daar ook minder behoefte aan, net zoals ik daar minder behoefte aan had toen ik zelf nog geen kinderen had. Zo was ik bijvoorbeeld erg teleurgesteld in één van mijn beste vriendinnen omdat ze Simon nog maar twee keer heeft gezien in de twee jaar dat hij er is. Ik had er méér van verwacht. Dat ze als een tante zou zijn, net zoals in Friends of How I met your mother. Mijn man relativeerde het: “Mandy, ze hebben zelf geen kinderen. Hun leven ziet er héél anders uit dan die van ons. Dat is geen desinteresse. Je bent al zo lang met haar bevriend, ze geeft echt nog wel om je.”

Laatst had ik toevallig nog een goed gesprek met haar hierover, toen we samen -ik met mijn zwangere buik, waarvan niemand het nog mocht weten. Zij ook niet- drie kwartier naar de stad slenterde met 32 graden, daar gingen shoppen, en weer terugliepen (is overigens niet aan te raden. Man, wat was ik beroerd toen ik thuis was).
Hoewel ik sommige vrienden minder vaak zie dan voorheen, is het wel als vanouds als ik ze wel weer zie. Ook zijn er een aantal nieuwe contacten bijgekomen. Zo heb ik goed contact met een groepje moeders die ik via Facebook heb leren kennen. Inmiddels kennen we elkaar zo’n anderhalf jaar en delen we écht van alles samen. Niet alleen over onze koddige koters, maar ook over persoonlijke problemen, ruzie met je partner etc. Ook gaan we regelmatig samen naar de speeltuin.

 

 

Tips om tijd voor jezelf vrij te maken

Nog even wat persoonlijke tips om naast het mama zijn je eigen ding te blijven doen.

  1. Bespreek het met je partner. Zeg welke hobby’s en bezigheden je graag wil blijven doen en maak hier duidelijke afspraken over
  2. Voel je je niet schuldig! Zoals mijn beste vriend al zei: “Een blije jij is een blije mama.” Het laatste wat je wil, is dat je je gaat ergeren aan je kind, omdat je het benauwd krijgt van het thuiszitten
  3. Plan een gezinsdagje in. Deze dag, bij ons de zondag, is alleen gereserveerd voor het gezin om samen leuke dingen te doen
  4. Bereid je goed voor als je bijvoorbeeld een weekendje weg gaat. Het eerste weekendje weg werd ik overvallen door schuldgevoel en angst. Ik had een heel plan geschreven over Simons verzorging, mijn ouders en schoonmoeder ook toegefluisterd dat ze regelmatig moesten vragen hoe het met Simon ging
  5. Probeer het tijdens je weekend ook een beetje los te laten. Omdat ik in principe alleen gebruik maak van Wifi en vier dagen met mijn accu moest doen, stond mijn telefoon op spaarstand. We spraken af dat mijn man zou bellen als er iets was en we sms’ten alleen ’s ochtends en ’s avonds. Mijn man kan heus wel goed voor zijn eigen kind zorgen en jouw partner of ouders vast ook!
  6. Geniet van je persoonlijke tijd, zodat je je straks vol nieuwe energie en opgekropte moedergevoelens op je kind kunt storten!
Over de schrijver
Hallo! Ik ben Mandy (1988) en mama van Simon (2018) en Hommeltje (januari 2021 :) ). Vanuit mijn persoonlijke ervaring als moeder én als vrouwzijnde, blog ik voor Motivatieservice.
Reactie plaatsen
arrow_drop_up arrow_drop_down